Oostenrijkse tegelkachel en Rita
dokter: “Aangenaam, ik ben de dokter voor de hopeloze gevallen. Wat is uw probleem?” Zij: “Wel dokter, wat lief dat u veronderstelt dat ik een probleem met me meedraag. In uw suggestie en mijn eerste aanzet wil ik niet de indruk wekken dat het goed met me gaat, het is alleen dat ik niet weet waar eerst te beginnen. De situatie is dusdanig delicaat dat ik graag uw raad opspoor om mij langs goede banen te leiden. Het trekken aan touwen heeft mij nog niet verder geholpen bij woorden die als stroop de pot uitpuilen en waaraan ik mij graag bezoedel. Niet dat ik zo’n vuile vrouw ben maar ik eet nogal graag de woorden op en verorber ze zonder al te veel poespas. Niet dat ik nu de indruk wil wekken dat ik een inhoudsloze vrouw ben die zonder nadenken haar tanden in alles zet wat ze kan krijgen. Mijn hond lacht me uit. Hij vindt dat mensen geen stroop horen te eten, maar hij is zelf geen haar beter en hij staat er vol van. Mijn hond ruikt naar geit. Hij eet gras en kwispelstaar...