Bob et Bobette


 

“U bent van achter de hoek?”

“Ja maar ik hou op zich niet zo van hoeken. Ze zijn te scherp.”

“Heeft u gedronken?”

“Nee, ik drink niet. Niet meer. Toch niet als ik de kinderen naar hun vader breng. Niet dat ik vroeger wel dronk of in andere omstandigheden wel drink. Ik heb nooit een alcoholprobleem gehad. Gelukkig. Ik heb al genoeg aan en in mijn hoofd. Ik hoef het goedje niet noodzakelijkerwijs op te hebben om me beter te voelen. Niet dat ik me de laatste tijd al zo goed voelde, maar drinken zou mijn probleem niet oplossen. Mogelijk zou het problemen creëren en daar zit niemand op te wachten. Ook ik niet. Kent u Godot?”

“Nee.”

“U mist wat. Maar laat ons bij de les blijven: ik drink niet. Of enkel bij gelegenheid. En vandaag was er geen reden tot feest. Ook al omdat ik niets in huis heb, op Cola Zero en Fanta na dan. Ik maak mezelf graag wijs dat Cola Zero me magerder zal maken. Dàt en spuitwater. Mijn dochter drinkt sinds kort Fanta. “Ze pubert” zegt mijn zoon. Niet dat het niet in huis hebben de hoofdreden zou zijn om niet te drinken. Er is op zich geen reden om het wel te doen want waarom zou je je hersencellen willen beschadigen? Ik heb er al zo weinig. Wat je niet in huis hebt, kan je niet opdrinken. Helaas geldt dat niet voor chocolade. Dat heb ik wel in huis. Veel zelfs. In alle vormen. Ook in poedervorm. Ik los het doorgaans op in melk. Droog is dat echt niet te vreten. Geloof me, ik heb het geprobeerd toen de pot Nutella leeg was en de melk op was. Geen aanrader, maar ik probeerde rampen te vermijden. In water smaakt het al helemaal naar opgeloste woestijnrotsen. Niet dat ik al in de woestijn geweest ben. Het staat wel op mijn verlanglijst, maar ik weet niet of mijn verlanglijst realistisch is. Ik heb er lange tijd geen meer gehad. Heeft u een verlanglijst?”

“Nee.”

“Oh. Ok. Waar waren we gebleven: chocomelk drink ik dus wel. Het spijt me dat ik zoveel praat maar ik ben nog niet vaak aangehouden door de politie. Het is vrij indrukwekkend dat ik door u aan de kant word gezet. Letterlijk bedoel ik dat dan.”

“Goed nieuws: u bent nog niet aangehouden. Wilt u eens blazen? En hoe heet uw hond?”

“Oef. Die heet Odie. Moet hij ook blazen? Dat was een mopje. Hij kan niet blazen. Of toch, ik lieg. Hij kan dat eigenlijk wel, maar dat is eerder zuchten. Hij doet het bijvoorbeeld wanneer wij spaghetti eten en hij een bordje korrels voorgeschoteld krijgt. Dan laat hij zich tegen zijn zin op de grond vallen als een lappenpop en zucht hij diep. Hij denkt dat we ons daar dan schuldig door voelen. Het werkt wel, moet ik zeggen. Tenslotte begrijp ik zijn zin. Het is meestal lekkere spaghetti. Hij zucht ook wanneer ik zing. Ergerlijk. Ik zing graag. Als ik mijn klassiekers opdreun, geeft hij me duidelijk te kennen dat we een andere taal spreken en dat hij mijn taal maar niets vindt."

”Odie, dat meent u niet?”

“Ik meen alles wat ik u nu zeg. Hij is vernoemd naar de hond van Garfield. Vroeger hadden we een kat. Die heette Garfield, maar iedereen zei ‘Field’. Geen rosse, een zwarte. Soms is er geen logica. De kat werd overreden. Een stom ongeluk. Maar met de hond is de cirkel rond, hoewel de andere helft van de cirkel weg is. Noem Odie dus gerust een boog.”

“Wat een toeval. Mijn hond heet Obi.”

“Wat heeft u dat goed gekozen. Wij hebben nog getwijfeld tussen de b en de d. Een personage uit Star Wars was ook leuk geweest. Obi-Wan Kenobi. Het had ook Yoda kunnen zijn, maar Odie is niet groen genoeg achter zijn oren. Niet dat kleur ertoe doet.”

“U mag blazen.”

Ik blaas.

“U moet harder blazen.”

Ik blaas harder.

“U blaast te hard.”

“Sorry. Ik leer te doseren maar het is een proces.”

“U bent safe.”

“Ik ben nog zoekende, maar ik vind het fijn wanneer mensen zeggen dat ik veilig ben dus dank u wel daarvoor. U doet dat goed, uw job.”

“U krijgt nog een cadeautje van ons.”

“Dank u wel. Dat is lief. Net wat ik nodig had. Ik hang hem meteen aan mijn sleutelbos, onze Bob. Het bekt lekker. Beetje mannelijk, maar mijn sleutelhanger mag gerust een man zijn. Odie is dat ook, hoewel die geopereerd is. Mannen, het is goed dat ze bestaan. Kan Bob ook gaten in muren boren? Ik maak er telkens een zootje van.”

Ze lacht. “U mag gaan. Ik wens u een behouden thuiskomst.”

“Dank u. Ik woon hier om de hoek.”

 

 

Anke Verleysen

Reacties

  1. Dit is heel leuk om te lezen! Zo'n verhalen moet je meer schrijven. Superleuk om te lezen, het deed me zelfs met heimwee terugdenken aan de tijd dat we nog brieven naar elkaar schreven. Nostalgie :)
    Deze zinnen vond ik geniaal: "Mogelijk zou het problemen creëren en daar zit niemand op te wachten. Ook ik niet. Kent u Godot?” en "Maar met de hond is de cirkel rond, hoewel de andere helft van de cirkel weg is. Noem Odie dus gerust een boog.” :) greetz, ditterio (your biggest fan)

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Elfjes

poëtisch kortverhaal

Aanloop - gedicht