De duimen van de klaproos
Klaproos (v1)
Wat als jij je vingers
voor je gezicht houdt,
de zon een lesje leert
maar amper ruimte laat
om tot je kern te komen?
Je wil tussen de spleten door
naar de wereld lachen
maar weet niet langer hoe.
Ze hebben je nooit geleerd
hoe bloemen hun geur behouden.
Je denkt dat het veilig is
als je je duimen in je uitlopers duwt,
maar er speelt geen muziek.
Je wil je eigen melodie maken,
als een mantra blijven 'dag' zeggen
tot het avond wordt.
Je zou een aangedreven stuiterbal kunnen zijn
die zacht en vast tegen de schenen
van het leven aanschopt,
maar je hebt geen voeten
en uren tellen helpt niet langer:
de tijd tikt er niet sneller door.
Je pupillen willen wennen
aan het licht, verengen zich tot staarten.
Ze denken dat er katten aan hangen
die -eens in het nauw gedreven-
schichtig om zich heen slaan
zonder klauwen.
Wat zou een klaproos doen
als ze vergeet om uit te klappen,
zichzelf steeds weer omhult
en rilt: 'Zie me niet als ik bloei.'?
Je graaft je eigen graf, speurt
in het gras naar iets vertrouwds
wat achter werd gelaten, een vezel
of een grasspriet waar je vroeger op kon bouwen.
'Het heeft geen zin' denk je
terwijl hij zich uit het zicht naast je nestelt,
luwte biedt, de straling verjaagt en zegt:
"Zelfs in de schaduw kan je bloeien."
Anke Verleysen
Reacties
Een reactie posten