Over de dagen die vallen
Druilerige mensen dagen op (v1)
We zullen de dag van vandaag
niet langer dusdanig noemen
als hij bijna alles uit elkaar laat vallen.
We noemen hem weerstand,
chaos en gebrek. We zetten ons
verstand op nul om de dingen aan te kunnen
daar waar we zelf uit staan
en uit meer dan getallen bestaan.
We doen ons best om hem bij elkaar te houden,
te gaan liggen voor hij valt,
zodat hij vergeet te breken
niet enkel omdat we willen voorkomen
maar vooral omdat we het scherven rapen moe zijn.
We lopen onszelf voorbij daar waar de dag
de grenzen aan de startlinie legde.
We staren het ijle in omdat we hopen
dat er alsnog een eindmeet zal verschijnen,
we willen juichen als een loper over datum.
We willen dat de dag genade kent,
en mededogen maar hij heeft geen ogen.
We kneden hem eerst tot mens
die hij niet is en weigeren hem vervolgens
aan te spreken met zijn naam.
Dat hoort niet voor een mens, noch voor een dag.
De troost die we in gedachten hebben,
krijgt geen vorm: de dag weigert te huilen,
zoals wij en dus zoeken we iemand
die het van hem over wil nemen.
We vinden het in een meisje dat bang is
voor de tandarts. Het lijkt evident
om schuw te zijn voor grootse dingen
die ooit weer klein zullen worden
en dus reiken we armen aan.
We zetten onze eigen angst even opzij,
zeggen: 'Huil maar, bij mij ben je veilig.'
Anke Verleysen

Reacties
Een reactie posten