Lepels

 

schaduw van een boom, AV


Lepels

(voor A. en J.)

 

Het onwezenlijke doet zich aan ons voor.

“Zullen we wederom beginnen?” vraag ik

maar je antwoordt niet langer.

Ik zou de stenen uit de muur halen

om je opnieuw op te bouwen.

 

Ik zou je smelten om je in me op te lossen

en daarna langs mijn randen op te slaan.

Als iemand me ronder mag maken,

ben jij het.

 

De adem verstilt, de klok heeft de wijzers

naast zich neer gelegd

en we zingen niet langer

dezelfde melodie.

 

De vogel verdwijnt achter te dunne takken.

Een bek wordt opengesperd,

maar we kijken niet

omdat er niets meer te zien valt.

 

“Kom terug” vragen zij

die nog bochten in het heden willen krijgen

maar wij zijn afgesneden van onze huid,

leggen de lepels niet langer

naast elkaar neer.

 

De dood heeft het op ons gemunt

daar waar we de kruisen

uit elkaar trachtten te halen.

We zijn zondaars in het zoeken.


Anke Verleysen

 



Reacties

Populaire posts van deze blog

Elfjes

poëtisch kortverhaal

Aanloop - gedicht