Coronagedachtenboek
Week 2
Plastic bloemen
Maandag
29/11/21
Ik wil vandaag
als Doornroosje de hele dag door slapen. Het lijkt mij een zaligheid, even niet
te hoeven beleven. Wat heb je aan de zon als je niet naar buiten mag? De
eenzaamheid stelt zich niet langer aan me voor maar slaat me zo hard in het
gezicht dat het me murw maakt. 'Hierna' lijkt onrealistisch veraf en moed en
volhouding ruilen zich vandaag in voor wanhoop. Ik heb altijd gedacht dat ik
goed alleen kon zijn. Ik geloof dat dat nog steeds zo is, maar er is een
wezenlijk verschil tussen alleen zijn en eenzaam zijn. In normale
omstandigheden kan je even alleen zijn om je daarna terug te omringen met
mensen die je nauw aan het hart liggen. Met eenzaamheid gaat het anders. Het is
een eng, sluipend gif dat zich steeds meer meester over je maakt tot het je
denken en je gevoel overheerst. Het is hardnekkig. Het doet meer zeer en je
krijgt het niet zomaar weggepoetst, ook niet met de strafste zeep en de
grootste schuurborstel. Zelfs al zijn er genoeg mensen rondom jou, dan nog kan
je je eenzaam voelen. De twee woorden staan los van elkaar. Ze hebben elkaar
niet nodig. Misschien is eenzaamheid een soort van parasiet die onder je vel is
gekropen om zich te voeden met het slechte en vooral al het goede wat op je pad
komt. Hoe groter hij wordt, hoe moeilijker hij uit te roeien is en hoe
depressiever hij je maakt. Is Corona ook een soort van parasiet? Soms lijkt het zo.
Mijn saturatiewaarden zijn weer gedaald.
Ik voel het aan mijn ademhaling die weer moeizamer verloopt. Men heeft mij
vroeger al gezegd dat ik meer moest leren fuck you zeggen tegen al wat of wie
niet lief voor me is. Ik hou niet van hardheid maar té zacht zijn is geen schone deugd, althans toch niet voor jezelf. Misschien is té nooit goed, bij gelijk wat. Het zijn de gevoeligste mensen die het meest geraakt worden en dus meer kans
hebben om onderuit te gaan en te vallen.
Ik moet een olifantenvel krijgen. Ik versta: meer eelt. Maar laat ik bij
deze de daad bij het woord voegen: fuck you, Corona.
‘Nog een weekske’ zegt de verpleegster,
alsof ze het zo schattiger wil laten klinken. Alsof het zo minder erg wordt. Ze
bedoelt het goed, dat weet ik heus maar in mijn hoofd worden er geen
verkleinwoorden gebruikt als het op quarantaine aankomt. Het is de hel. Het is vooral het dubbele van wat ik tot dusver heb ondergaan. Ik zou haar graag eens even
laten voelen wat het is om nu even mij te zijn en om in deze situatie te
zitten. Ik geef haar een paar vierkante meter waar ze het mee mag doen. Het
hoeft maar 5 minuten te zijn. Gewoon om het gevoel te kunnen ervaren, als een
soort van korte inleefstage. Maar zij is mij niet, en ik ben haar niet.
Gelukkig zijn we verschillend. Stel u voor dat er nog een Anke rondloopt. Ik
kan mijzelf nog niet eens aan. Vroeger zei ik: ‘Ik zou met mijn kloon kunnen
leven. Er zou genoeg liefde in me schuilen om twee Ankes te onderhouden. Het
zou een vreedzame, liefdevolle relatie zijn. Ik zou mijn andere ik wel een
ander hoofd geven en mannelijk maken. Kussen met je spiegelbeeld lijkt me raar. Er is iets van aan. Ik geloof nog steeds in die opmerking, alleen niet vandaag.’ “Ach, stop met zagen, Anke. Er zijn ergere
dingen” berisp ik mezelf opnieuw. En toch.
Gelach op de gang. Ik kan er niet tegen
vandaag. Alles is donker. Ook ik. Zet het uit. Zet mij uit. Ik ben vrij
onuitstaanbaar voor mezelf. Gelukkig
heeft er niemand last van, behalve ik. Het voordeel voor de medemens van deze vrouw in quarantaine.
Een eenzame schaduwstoel.
Dinsdag 30/11/21
Ik zeg haar: "behoed me voor zo'n dingen en als ik het ooit doe, mag je mij met Corona in quarantaine in het ziekenhuis steken want dat moet wel het ergste zijn." En we lachen een beetje groen om de ellende van de voorbije dagen. Vandaag had ik zin in een experiment met make-up, om mezelf af te leiden en om de tijd te doden. Het eerste is gelukt. De tijd leeft nog maar er komt een tijd dat ik dat allicht niet meer jammer ga vinden. Gezien er ook een tijd was waarin ik niet moe was, geen fibro had en voldoende zuurstof tot me kon nemen. Ik moet erin blijven geloven. Dat soort dingen zeg ik vaak tegen mezelf, omdat ik een van de weinigen ben die overschieten om nu tegen te praten. Ik praat niet luidop -dat zou raar klinken, hees, nasaal en een tikkeltje paranoïde vooral- en ook niet tot de spiegel maar rechtstreeks tot mezelf: "Het komt ooit weer goed." Ik heb een gamma aan goedmaak- of oppepzinnetjes. Een collectie om u tegen te zeggen: "Je kan dit. Het is veilig. Je hoeft niet bang te zijn. Je kunt niet helen wat je niet doorleefd hebt. Huilen mag. Je bent goed genoeg. Er is genoeg zuurstof in de ruimte. Enz." Ik herhaal ze tot ik het zelf ga geloven omdat ik weet dat herhaling werkt. Het heeft anderen al geholpen, weet ik uit leeservaring. Het is een soort van NLP waar ik mijn hersens mee opzadel. Soms denk ik er een stem bij van een betekenisvolle ander waarvan ik weet dat hij of zij in me gelooft. Dan lijkt het of ik mezelf een schouderklopje geef. Ik ben ook de enige die me nu aan mag raken. Niet dat ik dat doe. Dat zou vreemd aanvoelen, denk ik maar misschien moet ik het denken nalaten aan de Grote Filosofen. Plato kon er wat van, Socrates ook maar die is het aan het eind van zijn leven minder goed vergaan. Ik dwaal af. Het is een beetje pompen of verzuipen. Ik voerde daarnet een telefoongesprek met een vrouwelijke redder. Niet letterlijk. Er spelen geen Baywatch-personages mee in deze blog. Het heeft mijn lege batterij terug wat opgeladen. Vandaag kies ik ervoor om verder te hijgen en om te pompen. Eigenlijk kan ik niet pompen, maar mijn vorige afsluitzin was positiever en ik wou graag met een luchtige knaller eindigen of zoiets.
Ontdekking: 's ochtends zit er minder zuurstof in mijn bloed dan 's avonds. Ik heb hier geen verklaring voor.
Constatatie: ik ben een ochtendluchthapper, maar dat maakt me geen ochtendmens.
Als je een kant mocht kiezen,
welke richting zou je uit gaan?
Woensdag 1/12/2021
Vandaag kan ik iets schrappen van op mijn Bucket-list: ik heb naar The Lord of the Rings gekeken. Ik ben drie keer in het boek herbegonnen en heb beseft dat het toch niets voor mij was, maar omdat ik graag het verhaal wil kennen heb ik de film een kans gegeven. Ik vond het mooi om te zien, weliswaar buiten mijn comfort-zone en als ik graag iets zou willen meenemen uit de film is het wel dit: de ogen van Frodo zijn om in te verdrinken. Los daarvan relativeert het ook mijn realiteit: ik moet het gelukkig niet opnemen tegen Orken. Hoewel de denkbeeldige beesten in iemands hoofd soms dezelfde proportie kunnen hebben. Ook weet ik nu waar 'my precious' vandaan komt. Ik heb vaak de stem geïmiteerd als schouwspel voor mijn kinderen en als een teken van liefde, maar nu kan ik er ook een gezicht bij verzinnen. Ik hoop bij deze dat mijn kinderen er geen trauma aan over gehouden hebben.
Laat ons het eens over koetjes en kalfjes hebben vandaag: het is koud buiten en dat weet ik niet enkel uit de gierende wind die door mijn kamer loeit, want hou je vast: Ik. ben. buiten. geweest. Voor u begint te fronsen en verkeerde insinuaties zou durven maken: neen, ik ben niet ontsnapt. In de voormiddag kwam de vraag of ik graag eens naar buiten wou. In mijn hoofd werden er tegelijkertijd tien kerstliedjes gezongen. 'Jingle bells, ja! héél graag and all I want for Christmas is you.' Dat laatste heb ik er niet bij verteld. Dat eerste ook niet.
Na de middag herkende ik de stem van de dokter en hoorde ik haar aan de verpleger vragen: 'Is ze al buiten geweest?' terwijl ik binnen in de kamer mijn hoofd heftig van links naar rechts bewoog en mijn handen in elkaar haakte. De buienradar op haar gsm vertelde haar dat we dat het best meteen konden doen, dus aarzelden we niet langer. In mijn hoofd gingen er verschillende confettikanonnen af. En toch was het een vreemde beleving. Bij alles waar ik aan voorbij liep, dacht ik: 'niets aanraken Anke, misschien ben je nog besmettelijk.' Enerzijds voelde het goed aan, anderzijds voelde ik me een boerenpaard waarbij ze net de oogkleppen hadden verwijderd. Na meer dan een week te zitten staren op wit behangpapier, kwamen alle prikkels tegelijkertijd en in grote massa binnen. Elke ritsel: ik heb het gehoord. Het was overweldigend en ook een beetje surrealistisch. De witte muren hadden plaats gemaakt voor een winters palet aan kleuren. Zo koud dat het is geworden, het is alsof de temperatuur in tussentijd een duik onder het vriespunt heeft genomen, alsof ik ben wakker geworden in mijn winterslaap. Zo voelt het alleszins aan. Gezien ik het niet meer gewend ben om te wandelen was ik vrij snel uitgeput. Het werd een korte wandeling met veel gehijg en geblaas, maar het deed zoveel deugd om eens de dingen te kunnen groeten (elke vergelijking met het gedicht berust louter op toeval). Als je zo lang opgesloten zit lijkt het alsof de kleine dingen weer grootser worden.
Vandaag ben ik opnieuw getest. Hopelijk krijg ik het resultaat gauw en is het besmettingsgevaar voorbij. Mijn saturatiewaarden stonden goed deze ochtend. Ik merk ook dat het ademen mij beter vergaat. Ik hijg nog, maar het branderig gevoel van de voorbije week is weggeëbd. De vermoeidheid is er nog steeds (terwijl ik dit noteer kan ik een geeuw niet onderdrukken) en de reukzin is ook nog niet terug. Ik doe soms testjes: ik spuit wat deo, ik hang me boven chocolade, ik wrijf wat ontsmettingsgel aan mijn neus en tot hiertoe werkt het nog niet, maar wat ben ik opgelucht dat we vandaag toch weer een kleine stap richting vrijheid gezet hebben. It's one small step for mankind, one giant leap for man. Ik weet dat het normaliter omgekeerd gezegd wordt, maar mankind ligt er helaas niet van wakker dat ik vandaag buiten geweest ben dus ik wil graag de betekenis doen kloppen.
Nachtelijke luchtgaten.
ps: Gisteren heb ik me bezig gehouden met poëzie. ik heb me bezig gehouden met het uittypen van mijn eigen werk. Daarnaast heb ik werk geselecteerd van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker bij beelden die ik zelf geschilderd heb. Het was iets wat al lang op mijn 'Todo-lijstje' stond. Het is één van de weinige dingen waar ik me volledig in kan verliezen. Het laat me even al aardse vergeten, alsof je in een flow komt waar al het overige er even niet toe doet. Ik geloof dat het een bepaalde bewustzijnstoestand is die je bijvoorbeeld ook kan krijgen door te mediteren of door je gepassioneerd in iets te verliezen. Bij tekenen of schilderen kan ik het ook ervaren. Taal is voor mij mijn eerste grote liefde. Het heeft er mij altijd door geholpen, daar waar anderen me niet begrepen en daar waar ik mezelf niet meer begreep, was er gelukkig nog taal. De dag dat de taal wegvalt, ben ik pas helemaal verloren. Woorden zijn mijn medium, mijn bubbel, mijn bron. Ik merk dat de momenten die mij raken vaak iets te maken hebben met woorden. Ik vind er mijn veiligheid in terug. Ik kan er mezelf in wikkelen en in bergen.

Laat ons de taal omarmen.
Donderdag 2/12/2021
"Ze kan haar precies toch goed bezig houden tijdens de quarantaine."
Ik verzin het niet. Strikt genomen heeft men gelijk. Al is het van moeten. Het is niet dat ik een andere optie heb. Toegeven aan negativiteit zou me niet beter maken dus moet ik mezelf wel iets om handen geven. Ik lees, ik luister, ik versier mandarijnen (zie foto), ik schrijf en ik kijk vooral naar "Alleen Elvis kan bestaan" vandaag. Ik dacht ook aan behangpapier aftrekken en muurtekeningen maken om ein-de-lijk van de witte muren vanaf te zijn, maar omdat ik van nature een rustige en beheerste vrouw ben en me niet door de waanzin van heel deze situatie gek wil laten maken, heb ik me ingehouden.
De stagiaire kwam mij in de voormiddag vragen of ik graag vandaag nog naar buiten ging of niet ("Is het niet nodig vandaag?") Ik verzin dit alweer niet. Ze bedoelt het goed. Twee keer raden wat mijn antwoord was.
Daarnet was dus het grote moment aangebroken. Le moment suprème van de hele dag. Ik denk er graag tromgeroffel en toeters en bellen bij om het moment nog spannender te maken. Toen we buiten waren kreeg ik een beeld van een hijgend hondje, zo'n kleine, keffende en hijgende dwergkees, voor mijn ogen. Enige gelijkenis met mezelf is me niet ontgaan. Ik bleef trouw aan mijn leiband en aan mijn baasje, en na de zware beklimming van de trappen zag ik vlak voor de eindmeet een oude bekende terug waardoor ik het haast op een huilen zette en besliste om snel door te stappen naar mijn kamer (ook al omdat dat de regels zijn waar ik me aan moet houden).
Ik zou ook kunnen zeggen dat ik dankbaar ben dat ik even naar buiten mocht. Dat is ook zo. Ik ben dankbaar voor de kleine momenten. Ik hou een positiviteitsagenda bij waarin ik elke dag 3 leuke dingen probeer te noteren die me opgevallen zijn. Vandaag ben ik dankbaar voor de lekkere maar koude frietjes inclusief vol-au-vent. Er zijn mensen die het met veel minder moeten stellen. Ik meen het. Echt. Alles is relativeerbaar.
Ik voel me vandaag vooral moe en neerslachtig, een beetje zoals het weer (de zon schijnt ook tussen de vlagen door, hoor ik u denken). Mijn ogen vallen regelmatig dicht en het ademhalen gaat moeizamer dan gisteren. Corona biedt geen garanties. De pijn van de fibromyalgie is intenser aanwezig en er is weinig, -lees: niets,- wat ik er tegen kan beginnen vanuit deze kleine kamer. Vandaag voel ik me wankelen. Het is geen fijn gevoel en ik heb geen off-knop die ik in kan duwen. Wat had ik die graag gehad. Ik zou mezelf uit zetten tot wanneer deze ellende achter me ligt.
Men vroeg mij wat het eerste is wat ik zal doen als ik terug naar huis mag. Ik zei: "Mijn kinderen knuffelen." We zijn nog nooit zo lang van elkaar gescheiden geweest. Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe hard ik hen al gemist heb, want ze zouden het gevoel oneer aan doen. Ik voelde dat ik zou gaan huilen en de persoon zei: "Laat het maar toe." Terwijl ik dacht: "Neen want als jij zo meteen de hoorn neer legt, blijf ik met mijn emotie zitten en op een dag als deze kan ik het er écht, maar dan werkelijk écht niet bijhebben (en ik slikte mijn tranen in).
Dagen zoals vandaag moesten ze schrappen op de kalender. Laat alles maar vlug voorbij zijn. Het is al donker om 17u. Dat maakt dat de avond langer zal duren.
En dan komt om 20u30 eindelijk het verlossend bericht: ik ben niet meer besmettelijk. Ein-de-lijk.

Gevoelige mandarijnen.
vrijdag 3/12/2021
Vrijheid, blijheid. De bladeren zijn gevallen. In de lente groeien ze weer aan. Die zekerheid hebben we.
Anke Verleysen
Hey lieve Anke,
BeantwoordenVerwijderenDIKKE knuffel.
Ik hoop dat er in de nabije toekomst steeds meer en meer kleine, grote, mooie, gezonde en positieve momenten in je positiviteitsagenda mogen verschijnen. In het komende jaar 2022 wens ik mezelf niets maar ga ik jou ALLE geluk van de wereld toewensen. Dat verdien je. Echt.
Misschien is het tegen de spelregels van je positiviteitsagenda in maar ik wil er toch graag drie positieve momenten aan toevoegen :) Niet van vandaag maar 3 positieve, nostalgische momenten uit de voorbije 38 jaren in willekeurige volgorde:
1/ onze vele super babbels.
2/ onze uitstappen naar CenterParcs.
3/ onze duizenden brieven.
4/ onze woensdagnamiddagen bij meme en pepe.
5/ onze telefoongesprekken.
6/ mijn peterschap voor Silas.
7/ de vele bezoeken bij elkaar.
8/ onze Kerstavonden en/of Oudejaarsavonden als kind.
9/ samen met de boerderijdieren en G.I.JOE spelen.
10/ samen uitgaan.
11/ Jefke Neve :)
...
Sorry, dat waren er meer dan drie :)
Ik kijk nu al uit naar Kerstavond. Dat wordt zoveel fijner met jou erbij.
Vele groetjes,
Dieter aka de lijstjesman
ps: ik was ook niet zo wild van The Lord of the Rings. Geef mij maar Game of Thrones.
ps 2: keep on writing ;)
ps 3: dit was brief 2308 :D lol
Uw woorden doen deugd. Ik heb ze al een paar keer herlezen. Zeemzoete herinneringen. Merci! x
Verwijderen