Stout
Stout
Je moet stout zijn om uit jezelf te breken.
De whisky langs de verkeerde kant
van het glas uitgieten om er geen slokjes
maar sloten mee te vullen en de oude, zatte koeien
bij de horens pakken en ze eindelijk op hun plaats zetten.
Je geeft ze geen tijd om te loeien, want dit is jouw moment.
Je moet je ogen niet uitwrijven, maar
je mag staren tot er een vrouw passeert
op veel te hoge hakken. Je moet niet wensen
dat ze valt want zo stout ben je niet.
Je moet afwachten tot de prooi
uit je zicht is verdwenen en dan jezelf aan de tand voelen
of zij is wie jij wil worden. Je wil je hakken horen klakken.
Je moet je haren achterover gooien
met een flair van m’as-tu vu om zeker te weten
dat men jou zag. Je moet je smaller maken dan je bent,
je lippen tuiten zonder naar vis te ruiken, jezelf herhalen
tot je niet langer tolt en je je eigen wartaal
weer in kan slikken. Je bent geen stripfiguur.
Je longen moeten niet langer zuurstof krijgen
maar roet zonder filters, rook om in te verdwijnen
want wat is je weg zoeken zonder smog?
Je moet gieren, tieren en niet weten hoe de taal
weer bij elkaar te trekken, slaan in stof tot je vuisten
niet langer rotsen zijn maar versplinterde botten
aan een ander hand. Dit is voortaan jouw land.
Je moet uit je vel breken omdat je te lang
het lieve meisje was dat zich koest en vooral tezamen
moest houden. Jouw ontvlamde stoutheid mag de grens afbranden:
je bent niet meer, je bent niet, je bent in dit alles
wie je nooit mocht zijn. Met een overschot aan huid
moet je je opnieuw toedekken want het is kouder aan de overkant.
En dan moet je je sussen, tot je het gelooft.
Anke Verleysen
Reacties
Een reactie posten