Ode aan de jongen

 






Ode aan de jongen

De jongen buigt voorover met een elegantie die iedereen het nakijken geeft als ik zijn kamer binnenval. Niet dat er veel mensen zijn, enkel wij en dat is soms meer dan genoeg. Het is daar dat ik in hem de man zie die hij ooit zal worden evenals het restant van de jongen die hij is geweest. Hij zit ergens tussenin en heeft het over hoe hij benaderd wil worden, met de houding van een onnavolgbare vooruitgang in zijn leven. Het brabbelen, het zachtjes zoeken naar woorden en het houden van alles wat dierbaar voor hem is: in fases raakt hij steeds meer en preciezer de essenties aan. Het is met kloppen dat je de kamer binnenkomt. Niet met één, noch met twee maar met drie getelde bonzen die de wereld even doen opschrikken. Een au sérieux die hij zichzelf heeft toegemeten nadat hij hem op verschillende wijzen heeft gepast, langs boven, langs onder, langs wegen die nog niet eerder verkend werden. Hij is niet meer wie hij was, maar hij is ook niet wie hij al wil zijn. Hij zit ergens tussenin en nestelt zich daar in vertrouwen. De naïviteit heeft hij aan de kant geschoven. Het is goed om te weten, veeleer dan te bestaan uit wat niet is en nog niet aan kan vatten. In wat we nog niet kennen gaat de meeste angst verloren, tijd voor mij dus om vast te houden aan wat nu in hem heerst. Hij zoekt zijn weg zonder dat hij dat al te luid duidelijk maakt. Zijn stem is vaak ingetogen. Haast geruisloos beweegt hij zich voort in dit aardse bestaan, met een rede om u tegen te zeggen. Hij houdt niet van bommen en granaten. Explosies verpulvert hij nog voor ze plaatsvinden, de potentiële restanten bewaart hij voor andere tijden. Hij is een heelmeester van kleine gelukken. Met één woord weet hij wonden om te toveren tot scherven van een opnieuw gelijmde pot waarvan je de aders van de scheur haast niet meer ziet lopen. Wanneer het onrecht onder zijn vel kruipt, schudt hij zo hard dat al wat verkeerd is eerst in zichzelf terugkeert, een overpeinzing maakt en na verloop van tijd er beter uit komt. Als ik hem knuffel, doet hij dat afgemeten omdat hij zelf de grenzen van zijn land en lijf uitzet. Hij is bijna vijftien, dat is de som van vijf jaren om klein te zijn en tien jaren om groter te worden. Het is in de twijfel tussen het vrijuit liefde geven en de ter plaatse bepaalde lijn dat ik even mezelf kan zijn en hem kan volstoppen met een overdosis aan liefde en vertrouwen. Wanneer het goed genoeg voor hem is, zucht hij om nog meer armen af te weren. Ze zullen er altijd overal zijn, ook als ze niet goed zichtbaar worden. Hij heeft zich voorbereid op het klauwen van vingers, het graaien naar meer om met minder lief te hebben. De vrienden die hij oproept, antwoorden in microfoons die enkel in zijn oor weerklinken. Als ik zeg dat ik van hem hou, houdt hij het kort omdat lange antwoorden tot gelach herleid kunnen worden. Hij heeft een karakter en een ego hoog te houden. Freud zou hem met plezier wat dromen toewensen waarin hij schaamteloos weer klein kan zijn. Het gaat niet steeds over onbewuste verlangens. Het gaat over het kind in de jongen, de kleuter die de pop op zijn schouders houdt om zo de beste bessen te kunnen plukken. De oorwormen lichten op in schermpjes van een paar vierkante centimeter. Men moet niet steeds willen herleiden, maar een prent nodigt soms uit tot het vormgeven van een identiteit in wording. Zo knijp ik een oogje toe naar al wat de revue passeert: een beer vanuit Freddy's, een mormel uit Stranger Things of één of ander Japans fictief strippersonage. Achter de prenten gaan maten verborgen, jongens die ook onderweg zijn naar hun grotere ik. Het zijn makkers waarvan je hoopt dat ze graag gezien worden door moeders die ik van ver herken of enkel ken uit vertelde verhalen. Je hoopt vurig dat elke vorm van liefde binnenkomt, dat hij zich groot en geborgen weet en dat hij later alles door kan geven. Uit het brouwsel dat in hem huist en met de ingrediënten die hem werden aangereikt, worden de liefste koks geboren.

ⓒ Anke Verleysen

(Omdat deze tekst uitgaat van de werkelijkheid volgt er een nawoord:

Zegt Silas: "Mama, je maakt het te filosofisch, te ingewikkeld."

Zeg ik: "Ja, zo zit ik in mekaar jongen. Maar bon: u vraagt, wij draaien. Vereenvoudiging zal uw deel worden:"

Hij bekijkt het en zegt: "Straight to the point.")



Reacties

  1. Haha, zalig, dat antwoord van Silas :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Heel mooi geschreven. Een supermooi eerbetoon aan een fantastische kerel. Ik ben zo fier dat ik zijn peter ben :) Silas, als je dit leest: "you're the greatest!"

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Elfjes

vrouw

poëtisch kortverhaal