Rozenkransen

 

Foto AV

Rozenkransen

 

Als razenden rechten

de heren hun ruggen.

Ze botsen aan tegen al wie bestaat

uit meer den twee woorden

en dulden geen tegenspraak.


In het land waar ze met vlag

en wimpel een stok voor de wielen

steken van zij die hen vandaag

geen held meer noemen, dreigen

ze wanden vol vrouw te verwoesten.


Ze zijn het geklaag moe aan muren,

de weemoed van verbasterde

verbuigingen en houden het been stijver:

‘Hier wil ik dat jij je nimmer

of nooit ooit thuis zal voelen.’

 

Ze slagen in hun opzet,

gebruiken geen handen om het voelbare

zichtbaarder te maken, er zijn al genoeg

blutsen met builen. Ze dreunen

de zinnetjes op alsof ze zichzelf

hun eigen lessen leren:


‘Hier zal ik groter zijn dan kapot geschopte

knieën, breder dan waar ook de wijven kijven

in hun hokken die nog ruiken naar gesmoorde stemmen,

dieper dan waar zij de voeten in de aarde planten

en geen gewassen ooit meer licht zagen

dan zaden, reeds in de kiem ontspoord,

gedoemd om te mislukken. Dit opzet

zal me lukken.

 

We zullen bidden voor de mannen

die rozenkransen bij zich dragen,

geur afgeven in horten en stoten

omdat zij zich niet langer alleenheerser weten

in deze strook waar meer te rapen viel.

 

We zullen bidden voor de mannen

die voortaan ruiken naar dode bloemen

en we zullen hen vragen alleen te verwelken.

 

 

Anke Verleysen



Reacties

Populaire posts van deze blog

Elfjes

vrouw

poëtisch kortverhaal