Ruimtereis
Ruimtereis
(Voor H.)
Zie hoe de zin
tussen ons zijn weerga vindt
en met gemak van
mijn lippen
naar de jouwe
overspringt
alsof een
verlangen dieper graaft
als het gedeeld
wordt.
Wij zijn een boemerang
van spiegelbeelden:
“Hou van mij en
doe dat honderduit
zonder harnas en in
volle vaart vooruit,
want wat je gooit,
groeit en komt grotesk terug,”
ook wij als we
over de dood heen spoken.
Je bent als een blijvende,
vallende ster waarbij ik graag
mijn wens verraad,
me aan je vasthaak
om met je door de
lucht te klieven
en op te lossen in
je staart. Er is niemand
die meer straalt
en zonder verpinken het hele universum
met zich mee bepaalt.
Het is in dit luchtruim
dat we ons zullen
blijven vinden
ook als we even
niet meer zoeken,
of onze vaart
moeten minderen,
zelfs als de
sterrenstof te dof is om te blijven blinken
dan nog zal onze
nasleep niet uitgestorven blijken
want wij bestaan vooral uit waterstof, weten
hoe we elkaars tranen
moeten temmen.
Anke Verleysen


Reacties
Een reactie posten