De borsten van de kapster: kortverhaal
De borsten van de kapster.
Ze komen op ooghoogte en vragen om gezien te worden. Het is
moeilijk om hun priemende blikken af te weren. Ze houdt ze bij elkaar in een
strak, blauw aangespannen en vooral te diep uitgesneden topje. ‘Straks krijgen
ze geen lucht meer’ denk ik, hoewel dat het laatste is waar ze gebrek aan
hebben. ‘Ze moeten gegroeid zijn,’ denk ik. Net zoals zij mij beschuldigt van
groei in de breedte, denk ik dat er bij haar sprake is van een uitgesproken
uitgezette lengtegroei. Zou ze te veel vitaminen slikken? Zou ze te gezond zijn
en zouden haar borsten daardoor uitzetten of onderging ze een operatie om wat
maatjes meer te kunnen tonen? Ze zijn duidelijk haar vrienden.
Nog nooit werd ik zo met mijn neus bijna letterlijk op de
feiten gedrukt. Ik verzin er wat chocolademelk bij omdat ik op één of andere
vreemde manier vind dat borsten en chocolademelk een goede match zijn.
Waarschijnlijk ligt de oorsprong van deze gedachte ergens in mijn jeugdjaren. Mijn
kapster draagt een vogel op haar schouders. Ze lijkt een beetje op een piraat. ‘Een
ooglapje zou haar staan,’ denk ik. Maar als ik me voorstel hoe ze met een haak
door mijn haren gaat, pas ik liever bij de voorgaande gedachte. Ergens houdt
het op.
Ik geloof dat de vogel zich net zo min raad weet met de
diepte van de spleet tussen haar bergen. Misschien is hij bang om te
vallen, hoewel zijn vleugels nog heel lijken. Als hij struikelt, zullen mijn
ogen met hem mee de diepte in vallen en dat wil ik koste wat het kost
vermijden. Ik ben geen voyeur. Ik wil niet over borsten nadenken. Ik heb er
immers zelf.
Ik ging naar de kapster om mijn haar te laten kleuren. Nu zit
ik hier met de gebakken peren, zit de kleur vooral op mijn wangen en wrijf ik
met mijn palmen op mijn wangen om zo normaal mogelijk te lijken.
Ze vraagt of ik huil en ik besluit om op een geweldloze
manier met haar te communiceren. Ik zeg: ‘Nee, ik voel me wat onwennig door de
uitsnijding van uw topje en probeer met mijn handen het rood worden van mijn
wangen te verdoezelen want ik voel me daar ongemakkelijk bij mocht u dat
opmerken.’
Mijn antwoord had ze duidelijk niet zien komen. ‘Het geeft
niet,’ zegt ze, ‘een vrouw moet kunnen tonen wat haar werd gegeven.’
Ik knik en vraag me af van wie ze haar borsten cadeau kreeg
en of er ooit een strik rond zat.
Anke Verleysen

Reacties
Een reactie posten