Poëzie bij wolkenverhalen

 

foto AV

Tijdkader

(bij M.)

 

Soms dienen de donderwolken

boven haar hoofd zich aan om samen

te klitten tot onweer dat dreigend

 

de storm gebiedt ons om te blijven.

De tijdvragen die verschijnen

als het donker is, ontremmen ons:

 

hoezeer ik je in een kader plaats,

hoe meer je uit wil breken.

In de herhaling worden wij meer moe,

bestaan wij uit het glas om te breken

en niet langer uit de reflectie of de rand.

 

Wij zouden zo graag een stop

op de dingen zetten

en niet in het minst

op onszelf, om ons later weer

 

uit te laten barsten.

 ----------------------------------------

Wij

(Bij M)

 

Je wil wel

maar je kan niet:

uit de stoel die je

gewichtloos houdt.

 

Hoe langer de verpleegster

op zich laat wachten

hoe zwaarder

het leven weegt.

 

We zijn niet langer

het koppel dat de boeken

met mekaar deelt.

 

We zijn een ander

verhaal geworden.

 ----------------------------------

Zee

(Bij M)

 

Ik wil het uit je lijf schreeuwen

tot je weer soepel wordt

en jij weer weet hoe je je voeten

kan plaatsen, niet langer uit

 

stroefheid en trillen bestaat.

Ik wil ook in jouw tranen wonen

omdat we samen meer water

naar de zee kunnen dragen.

------------------------------------

Het

(bij M.)

 

Dat het raakt, meer nog

dan het stil blijft hangen

in overgave. Dat het

binnenkomt, telkens weer.

 

Dat het vraagt

om even te mogen blijven.

 -----------------------------------

Voorspelbaarheid

(bij S.)

 

Ik vraag je wat we zullen eten

en hoe we dat zullen doen met vorken

of enkel met messen, vandaag.

 

Waar plannen wij de dagen in?

Hoe halen we hen dichterbij?

 

Moeten we klaarstaan voor het licht

of horen we het donker te omarmen?

Als mijn hoofd weet wat er komt,

zal mijn lijf vanzelf volgen.


 ----------------------------------------------

Grond behouden

(Bij S.)

 

Je denkt in afgewerkte delen

omdat ze je met de voeten

op de grond plaatsen.

 

Wat af is, geeft grip.

Je zegt dat je anders bent

en dat het jouw uren verknipt.

 

Ik denkt dat het de dagen

misschien ook samenhoudt

 

en dat je de aarde onder je tenen

beter voelt als je je sokken

op voorhand verwijdert.

 -------------------------------------

Visioen

(Bij D.)

 

“Hoeveel wind zit er tussen

jouw wolken?” vraagt de man

en het kind in het meisje

staart tot ze voorbij vliegen,

gedreven door haar verbeelding.

 

De wolken leggen een druk

op je longen, ze zorgen ervoor

dat je lucht hapt in het ijle,

probeert om de pijn zo af te zweren.

 

‘Ik maak je los’ denkt de man

terwijl zij met haar vingers

naar hun uitlopers wijst en hoopt

dat er alsnog een god bestaat.

----------------------------------------

De notenkraker

(bij A.)

 

“De kraker voor gedachten:

waar kan ik hem inhuren

om mijn hoofd te helen?

 

Hij mag er de bochten

uithalen, de plooien gladstrijken

met een hand die zachter is

dan ze lijkt.”

 

“Wat doe ik het goed,” tracht ze,

“de zaken bij elkaar houden

alsof ze ook echt samen horen.”

 

 Gedichten Anke Verleysen

 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Elfjes

poëtisch kortverhaal

Aanloop - gedicht