Tibetaans pantoum à l'improviste (gedicht)
Angstentemmer
Ik laat de angstentemmer in het circus los. Hij gooit zich voor de leeuwen.
Ik word steen op de plaats die me moet ontdooien.
Ik zit in de kooi, zie hoe de wanden smaller worden. De leeuwen komen dichterbij.
Mijn angstentemmer geeft mij mijn naam aan. Hij zegt dat het de dieren op afstand houdt.
Ik word steen op de plaats die me moet ontdooien.
De letters verstarren in mijn hoofd.
Mijn angstentemmer geeft mij mijn naam aan. Hij zegt dat het de dieren op afstand houdt.
Ik zeg hem dat ik vergeten ben hoe ik werkelijk heet.
Mijn naam is niet langer een keten.
Het voelt een beetje koud in mijn hart. Het vriest in mij.
De angstentemmer hoort me kraken. Hij reikt me zijn hand, probeert me warm te houden.
Mijn naam is niet langer een keten.
Ik ben versnipperd ijs. Wie brengt me weer tezamen?
De angstentemmer hoort me kraken. Hij reikt me zijn hand, probeert me warm te houden.
Ik zit in de kooi, zie hoe de wanden smaller worden. De leeuwen komen dichterbij.
Ik ben versnipperd ijs. Wie brengt me weer tezamen?
Ik laat de angstentemmer in het circus los. Hij gooit zich voor de leeuwen.
Anke Verleysen

Reacties
Een reactie posten