Weekopening: de gedichten

 


Chips

(bij I.)

 

De voeding komt in zakken

en blikken: de suiker

doet je stuiteren.

 

De chips leggen een zoutlaag

op je maag. Je droogt uit

dus drink je enkele liters bij elkaar.

 

Je zuipt en je botst tot je

een boemerang wordt.

Je zegt dat je alles vroeg of laat

terug in je gezicht krijgt geworpen.

 

Ik zeg dat chips andere slachtoffers

zullen kiezen.

 

-------------------------------------------

 

Slechte nummerkeuze

(bij P.)

 

We moeten de stem uitzetten

omdat het een lied is

dat we liever niet horen.

 

“Waar is je off-knop?”

vraag ik haar, maar ze lacht

door de geluidsmuur heen.

 

--------------------------------------------

 

Tevergeefs

(bij P.)

 

Je zucht en je denkt

dat je daarmee alles op kan klaren,

maar zo werkt de wereld niet.

 

Je verjaagt de wind niet

door te zuchten, en toch

probeer je het opnieuw

 

en nog eens.

En nog eens.

 

Je bent een tol

die blijft zuchten

tot het licht vanzelf voor je uit gaat.

 

--------------------------------------------

 

Mat

(bij E.)

 

Je verplicht jezelf om de man

op afstand te houden

maar hij daagt je uit

en zet zijn ene voet voor zijn andere.

 

Hij heft zijn handen op

tot je vingers er van tintelen.

Je moet je stress ergens bewaren.

 

De man met de hamer

slaat je op je voorhoofd

tot je ogen er van tollen.

 

En je tuimelt

en je rolt je in het zuur

dat voor jou werd uitgestrooid.

 

Je verzuurt tot je opnieuw

eetbaar wordt.

 

------------------------------------------------

 

Wijs

(bij E.)

 

Je moet je rijbewijs nog halen,

je aan regels houden die je het liefst

voorbij wil rijden.

 

Je neemt het stuur vast

en het kiest een andere richting uit.

Je vloekt en je spuwt op verkeer

dat zich niet langer laat temmen.

 

Je kan veel verdragen maar het dagen

van auto’s die stilstaan zonden verpinken,

zuchtend hun banden verbranden en 

en voor jou niet wegwijs willen raken, neen.


Alles behalve dat.

 

---------------------------------------------------

 

Maandag

(bij E.)

 

Je moet uit meer bestaan dan uit

de nacht die de dag voor je maakt.

 

Je moet geloven dat je meer bent

dan het geweer tegen je slapen.

 

Je moet de man uit je hoofd weren,

zijn geschreeuw, jouw huid

in angst doorlaatbaar,

het trillen van je handen.

 

Je bent meer dan de avond

waarvan je de naam tracht

te vergeten.

 

Je bent het uur dat niet langer

werd geslagen. Je bent de wijzer

die zich vooruitduwt,

tegen beter weten in.

 

-----------------------------------------------

 

Trauma

(Bij E.)

 

Het verschieten deed je

naast de kogels grijpen.

Je was sneller dan je dacht

en sterker dan een lijf kon dragen.

 

“Je geld of je leven” liet je niet langer

twijfelen. Je wist dat de appels

de peren niet konden dragen

en dat vergelijken geen zin meer had.

 

Je gaf hem meer dan je geld en je leven.

Je gaf hem je toekomst om in te wonen.

 

-------------------------------------------------

 

Onleesbaar

(bij A.)

 

Er is een boek dat niet gelezen

mag, door iedereen, op hem na.

 

Je verbergt het in je hoofd

want je wil niet langer gevonden worden

in een kast die de titels

voor je voorleest.

 

Je wil verdwijnen in zijn ogen

om van daaruit af te dwalen

naar zijn hart. Je daalt. Je doolt.

Tot je hem het leven in hoort bonken.

 

Pas daar wil je opnieuw

gelezen worden.

 

-----------------------------------------------

 

Konijnen

(Bij S.)

 

Je geeft geen cijfer aan de dagen

omdat ze niet langer berekenbaar zijn.

Je bent geen held in algebra,

noch in goochelen.

 

Men geeft jou een hoed,

maar er zijn geen konijnen

die de dagen voor je inkorten.

 

Je bestaat uit meer dan getallen.

Je bent een percentage

dat schommelt tussen op en neer.

 

------------------------------------------------

 

Aan het kortste eind

(Bij S.)

 

Je bent nog niet de oude.

Je zit jong in je lijf te wezen

en houd je botten bij elkaar.

 

Je zal de messen niet langer

bijeen rapen, je zal de mannen

uit muziek laten bestaan

en niet uit ‘wat als de dag

op onze hoofden valt’.

 

Je bent geen doemscenario

dat al langer bestaat.

Je wil voortaan de kortste versie

van jezelf worden.

------------------------------------------------

 

Het kind in de regen

(Bij S.)

 

Er is opvang die de armen

open houdt en de ‘op’

aan mekaar lijmt tot de letters

aan elkaar blijven hangen.

 

Je laat het kind uit zichzelf bestaan

tot ze het hoofd van de dagen zeurt.

‘Je zaagt een bos bij elkaar’ zeg je nog

terwijl de bomen vlak naast je hoofd vallen.

 

Zolang er opvang is, mag het blijven regenen.

 

------------------------------------------------

 

Troebel

(Bij S.)

 

Wat is uitkijken naar

als je je vingers voor

je ogen houdt.

 

Je geeft wat anderen

van je vragen en haalt

het zicht bij jezelf terug.

 

Je opent je vingers

tot je er langs kan kijken

en alles minder troebel wordt.

 

‘Daar is de wereld’ denk je

terwijl je hem weer aan

probeert te raken.



Gedichten Anke Verleysen

Reacties

Populaire posts van deze blog

Elfjes

vrouw

poëtisch kortverhaal